Eerder stoppen?
- Gegevens
- Laatst bijgewerkt op maandag 20 september 2010
- Gepubliceerd op maandag 21 juli 2008
In de Protestantse Kerk kunnen predikanten met 60 jaar met pensioen. Maar dat is financieel meestal niet haalbaar
Pensioen(richt)datum
De Generale Regeling Predikantspensioenen (GRPP) maakt onderscheid tussen de pensioenrichtdatum en de pensioendatum. De pensioenrichtdatum is de eerste dag van de maand waarin de predikant 65 jaar wordt. De pensioendatum is de datum van emeritaat. Deze datum ligt tussen de 60 en 70 jaar, met dien verstande dat voor uitstel van de pensioendatum de medewerking van de kerkenraad vereist is.
Pensioen
Het pensioen is afhankelijk van het aantal pensioenjaren. In principe is het aantal pensioenjaren gelijk aan het aantal dienstjaren, maar bij de overgang van de oude pensioenfondsen naar het nieuwe pensioenfonds heeft een herrekening van de pensioenjaren plaatsgehad.Het is ook afhankelijk van de pensioengrondslag (het laatst verdiende traktement minus de franchise). Ik schreef hierover in januari (P&S 2008-1, blz. 8); het is ook hier te vinden. Bij de berekening van dit bedrag is het uitgangspunt dat u met 65 jaar met pensioen gaat. Er is voor u een bedrag gespaard van zoveel jaar pensioen (het aantal jaren wordt actuarieel vastgesteld aan de hand van de verwachte gemiddelde levensduur na pensionering). Wie eerder met pensioen gaat heeft dus een lager aantal pensioenjaren en moet langer met het gespaarde bedrag doen; wie met 60 met pensioen gaat vijf jaar langer. Het bedrag dat per jaar beschikbaar is, is dan ook navenant minder. Bij latere pensionering is het bedrag hoger: er zijn meer pensioenjaren en het pensioen hoeft minder jaren te worden uitbetaald, dus is per jaar navenant hoger.
AOW
Bij de opbouw van het pensioen wordt rekening gehouden met het feit dat de gepensioneerde ook AOW krijgt. Daarom wordt het pensioen niet opgebouwd over het hele traktement, maar over een lager bedrag. Zie het eerder genoemde artikel in het januarinummer. Wie voor de leeftijd van 65 jaar met pensioen gaat mist deze AOW en heeft dus de eerste tijd tot 65 jaar een flink lager inkomen. Ook dat maakt vervroegd met pensioen gaan niet aanlokkelijk.
Overbruggingspensioen
Twee overgangsmaatregelen maken eerder stoppen voor predikanten die op 1 januari 2005 deelnemer waren van het pensioenfonds iets meer haalbaar. Voor wie later predikant (in de PKN) geworden is geldt deze regeling niet. Het eerste is het recht op een tijdelijk overbruggingspensioen. De hoogte van dit pensioen is afhankelijk van het aantal pensioenjaren. Het gaat om een totaalbedrag dat verdeeld wordt over het aantal maanden dat van dit overbruggingspensioen gebruik wordt gemaakt. Voor wie op zijn zestigste met emeritaat gaat is het maandelijks bedrag dus veel lager dan het maandelijks bedrag dat zij of hij ontvangt als zij of hij met 64 geëmeriteerd wordt. De tweede maatregel is dat over de periode van 63,5 tot 65 jaar geen korting plaats vindt, zoals normaal zou zijn (je hebt immers anderhalf jaar langer pensioen). Dat wil zeggen: er wordt gedaan alsof iemand die met 63,5 jaar met pensioen gaat (gemiddeld) niet langer pensioen ontvangt dan iemand die op 65 jaar met pensioen gaat. Concreet betekent dat dat als iemand 30 pensioenjaren heeft als hij of zij met pensioen gaat, het niet uitmaakt of hij of zij 63,5 jaar oud is of 65 jaar: in beide gevallen krijgt zij of hij hetzelfde ouderdomspensioen. De anderhalf jaar verschil heeft geen actuariële korting tot gevolg. Hetzelfde geldt als iemand met 60 jaar met pensioen gaat: de langere periode dat iemand pensioen ontvangt wordt niet op vijf jaar gesteld (zoals normaal zou zijn) maar op 3,5 jaar.
Partnerpensioen
Gebruikmaking van het overbruggingspensioen heeft wel zijn prijs. De deelnemer moet daarvoor een deel van het partnerpensioen inleveren. Voor wie voor 1945 geboren is, geldt dat niet, maar voor ieder die later geboren is wel. Het gaat om een oplopende schaal: wie in 1945 geboren is verliest 10%, in 1946 20% enz. tot uiteindelijk 100%. Voor wie geen partner heeft, of van wie de partner zelf een goed pensioen heeft, kan dit een aanlokkelijke keus zijn. Als dat niet het geval is, en de partner het pensioen nodig heeft kan de predikant een andere voorziening treffen (lijfrente). Een andere mogelijkheid is gebruik te maken van de uitruil van partnerpensioen en ouderdomspensioen. Het is mogelijk om die beide even hoog te maken (ook als het partnerpensioen verlaagd is door het gebruik van het overbruggingspensioen. Uiteraard betekent dat dat het pensioen lager wordt, maar de achterblijvende partner houdt het pensioen waaraan deze gewend was. (Het inkomen gaat wel achteruit doordat er nog maar een AOW binnenkomt, maar dat is ook het geval wanneer de predikant zijn of haar partner verliest). Voor de volledigheid: wie geen partnerpensioen nodig heeft, kan (met instemming van de evt. partner) afzien van partnerpensioen. Het ouderdomspensioen wordt daardoor hoger. Wat één en ander concreet voor u betekent kan door het Pensioenfonds worden berekend.
Tobias Bos
Alles over lidmaatschap
Voor aanmelding, wijziging van uw gegevens of beëindiging van het lidmaatschap kunt u hier terecht.
Weblinks
Kerkgemeenschappen
- Protestantse Kerk in Nederland
- Bureau Predikanten
- Begeleiding Predikanten
- Permanente Educatie
- Pensioenfonds Predikanten
- Algemene Doopsgezinde Sociëteit
- Predikantenvereniging
- Site voor Predikanten
- Remonstrantse Broederschap
- Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB
- Unie van Baptistengemeenten
- Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland
- Kerk van de Zevende-dags Adventisten
- Evangelische Broedergemeente Nederland
- Hersteld Hervormde Kerk
- Nederlands Gereformeerde Kerken
- Christelijke Gereformeerde Kerken
- Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt)
- Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland

