Bond van Nederlandse Predikanten

beroepsorganisatie van en voor predikanten

Pensioenjaren en dienstjaren in de Protestantse Kerk

Regelmatig worden vragen gesteld over het feit dat het aantal pensioenjaren dat vermeld staat in het pensioenbericht van het Predikanten Pensioenfonds van de Protestantse Kerk vaak lager is dan het aantal vervulde dienstjaren. Hoe zit dat?

N.B. In dit artikel wordt nog uitgegaan van de eindloonregeling. Voor het verschil tussen pensioenjaren en dienstjaren maakt het niet uit dat nu de middelloonregeling is ingevoerd. Het verschil heeft te maken met de situatie januari 2005.

Pensioenopbouw

Elk volledig dienstjaar bouwt een predikant 1,75% van de pensioengrondslag op als recht op ouderdomspensioen. Na 40 dienstjaren heeft de predikant dus recht op een pensioen ter hoogte 70% van de pensioengrondslag. Uitgangspunt is daarbij de pensioengrondslag zoals die is in het jaar van emeritering (eindloonregeling). Veel pensioenfondsen hebben deze eindloonregeling verlaten en vervangen door een middelloonregeling: niet de pensioengrondslag op het moment van pensionering maar de gemiddelde pensioengrondslag is dan uitgangspunt. Zeker als iemand laag begint en pas aan het einde een carrièresprong maakt, maakt dat een groot verschil. Maar op zich is de middelloonregeling logisch: iemand die 40 jaar € 3000 per maand verdient heeft veel meer pensioenpremie betaald dan iemand die 30 jaar € 2000 heeft verdiend en 10 jaar € 3000. Het pensioenfonds van de kerk houdt vast aan de eindloonregeling. Dat kan ook, omdat predikanten een zelfde financiële carrière doorlopen, en dus vanaf het begin rekening gehouden kan worden met de uiteindelijke verplichtingen. We laten daarbij de traktementsstijging voor het gemak buiten beschouwing.

Pensioengrondslag

Meestal zegt men dat een pensioen na 40 dienstjaren 70% van het laatst verdiende loon (traktement) is. Maar dat is onjuist: het is 70% van de pensioengrondslag, een bedrag dat lager is dan het traktement. Van het traktement wordt eerst een franchise ("vrij bedrag") afgetrokken waarover geen premie wordt betaald en waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Als het traktement € 40000 is en de franchise € 10000 (ik noem opzettelijk ronde, onjuiste bedragen) dan is de pensioengrondslag € 30000 en (na 40 jaar) het pensioen € 21000. Omdat hiernaast ook nog AOW wordt ontvangen, is het inkomen hoger. In bovengenoemd voorbeeld: als de AOW € 7000 zou zijn, zou een franchise van € 10000 precies kloppen: € 21000 + € 7000 = € 28000, en dat is 70% van het laatst verdiende traktement. In de praktijk komt het niet zo mooi uit. Ik kom hieronder terug op deze franchise.

Breuk in 2005

Met de komst van het nieuwe pensioenfonds voor predikanten in de Protestantse Kerk is ook een nieuwe pensioenregeling van kracht geworden met een verbeterde (verhoogde) pensioengrondslag. Maar bij een eindloonregeling levert een dergelijke verhoging van de pensioengrondslag een probleem op: het fonds moet ineens een veel groter pensioen uitkeren dan het pensioen waarvoor (in de oude hervormde, gereformeerde en lutherse pensioenfondsen) is gespaard. Verhoging van de pensioengrondslag kan dan ook niet (bij een eindloonregeling) zonder nadere regeling. De getroffen regeling is als volgt (ik gebruik weer ronde, niet reële getallen): U had eind 2004 10 dienstjaren en daardoor recht op een pensioen van € 1000. Bij het nieuwe pensioenfonds zou u echter met 10 dienstjaren recht hebben op een pensioen van € 1200 en is er al na 8,2 dienstjaren recht op € 1000 pensioen. U bent daarom in het nieuwe pensioenfonds gesteld op 8,2 pensioenjaren. Ieder die begin 2005 overging naar het nieuwe pensioenfonds heeft bericht gekregen wat het aantal pensioenjaren is dat voor haar of hem op deze manier is vastgesteld. U bent er dus begin 2005 in pensioenjaren op achteruit gegaan, maar in pensioen niet. En vanaf 2005 bouwt u uw pensioen op over een hogere pensioengrondslag, zodat u uiteindelijk hoger uitkomt dan u in de oude pensioenfondsen had kunnen komen. Een vol dienstjaar na 2005 geldt dan weer als vol pensioenjaar.

Franchise

Ik zei al dat het spraakgebruik (70% van het laatste traktement) onjuist is. Toch is het spraakgebruik te verklaren: boven op het pensioen komt nog de AOW. Bij de meeste pensioenfondsen is tegenwoordig de franchise dusdanig dat met de AOW men inderdaad op 70% van het laatste salaris (bij een eindloonregeling) kan komen. Maar in het pensioenfonds van de kerk is de franchise hoger dan de inbouw van de AOW: als de AOW van de partner wordt meegeteld kom je wel op de zeventig procent, maar een alleenstaande blijft daaronder. Bovendien: als de partner ook pensioen geniet, wordt die AOW al ingebouwd in het pensioen van de partner en wordt het gat nog groter. Uiteraard is verlaging van de franchise mogelijk, maar daar zit een prijskaartje aan: niet alleen omdat over een hoger bedrag premie moet worden betaald, maar ook omdat voor de verhoogde pensioengrondslag onvoldoende dekking is. In de komende tijd zullen we hierover met het pensioenfonds in gesprek blijven.