Bond van Nederlandse Predikanten

beroepsorganisatie van en voor predikanten

Wachtgeld en bijverdienen

Het georganiseerd overleg heeft de overgangsbepaling bij de wachtgelden iets nader ingevuld. Oude wachtgelders mogen in ieder geval tot 70% van de uitkeringsbasis (het nieuwe minimum) bijverdienen.

In de nieuwe regeling kan de wachtgelder niet langer bijverdienen. Alleen bijverdiensten die de betrokkene al had voor het besluit waarop het wachtgeld gebaseerd is, zijn vrij. De beleidscommissie predikanten stelt vast om welk bedrag het gaat. Hierbij wordt gekeken naar vaste inkomsten op het moment van de losmaking of - als er geen vaste inkomsten zijn- naar het gemiddelde van de neveninkomsten in de twee jaar voorafgaande aan de losmaking. Voor oude wachtgelders geldt diezelfde regel. De beleidscommissie stelt ook voor hen vast wat de bijverdiensten waren op het moment van de losmaking volgens bovengenoemde regel. Daarnaast geldt voor hen een overgangbepaling: de bijverdiensten op 31 december 2008 - die in 2008 volgens de oude regel niet verrekend werden en - die niet vallen onder de algemene vrijstelling voor bijverdiensten ten tijde van de losmaking worden in 2009 slechts voor 25% worden verrekend, in 2010 voor 50%, in 2011 voor 75% en in 2012 volledig. Het georganiseerd overleg heeft besloten dat bij vaststelling van de bijverdiensten die onder de overgangmaatregel vallen gekeken wordt naar de vaste inkomsten op 31 december 2008 of naar het gemiddelde van de afgelopen twee jaar, zoals dat ook gebeurt bij de vaststelling van de bijverdiensten ten tijde van de losmaking. Bovendien heeft het georganiseerd overleg afgesproken dat altijd mag worden bijverdiend tot het huidige minimum van 70% van de uitkeringsbasis. Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken: Een predikant heeft een uitkeringsbasis van € 30.000. Het uitkeringspercentage is 60%. De predikant ontvangt dus € 18.000. Neveninkomsten in de voorbeelden zijn altijd neveninkomsten uit een vast contract of het gemiddelde over de afgelopen twee jaar. Voorbeeld 1: De predikant had bij de losmaking geen neveninkomsten en heeft ook eind 2008 geen neveninkomsten. Hij/zij mag dus vrij bijverdienen: - € 3000 (aanvulling tot 70% van de uitkeringsbasis) - € 1500 aan incidentele hulpdiensten Voorbeeld 2: De predikant had bij de losmaking € 3000 aan neveninkomsten en in 2008 geen neveninkomsten Hij of zij mag dus bijverdienen: - € 3000 (aanvulling tot 70% van de uitkeringsbasis) - € 1500 aan incidentele hulpdiensten - € 3000 (neveninkomsten ten tijde van de losmaking) Voorbeeld 3: De predikant heeft bij de losmaking geen neveninkomsten en eind 2008 € 6000 aan neveninkomsten. Hij of zij mag bijverdienen - € 3000 (aanvulling tot 70% van de uitkeringsbasis) - € 1500 aan incidentele hulpdiensten Onder de overgangsmaatregel valt dus € 6000 -€ 3000 = € 3000. In 2009 mag € 2250 worden behouden, in 2010 € 1500, in 2011 € 750 en in 2012 niets.