Concept-gedragsregels
- Gegevens
- Laatst bijgewerkt op maandag 03 januari 2011
- Gepubliceerd op woensdag 13 oktober 2010
Sinds begin dit jaar buigt zich een commissie, ingesteld door het moderamen van de synode PKN over gedragsregels voor predikanten en kerkelijk werkers. Een concept is vastgesteld en wordt nu voorgelegd aan de beroepsverenigingen.
De volledige tekst van de Gedragsregels vindt u in het komende nummer van P&S. U vindt de tekst ook hier (pdf).
Raadpleging
Graag vragen wij uw oordeel over de opgestelde regels. U kunt er alleen naar kijken, maar wellicht is het ook mogelijk om op de vergadering van de werkgemeenschap of met een kring van collega’s hierover met elkaar door te spreken. Om u hierbij behulpzaam te zijn geef ik hieronder een impressie van de gedragsregels, met name ook waar deze afwijken van de tot nu toe binnen de Bond geldende gedragsregels.
Werkwijze
De gedragsregels zijn opnieuw doordacht. Uiteraard is daarbij gekeken naar wat er al is. Zowel gedragscodes of gedragsregels van de beroepsvereningen van psychologen en psychotherapeuten, maar ook die van rijksambtenaren en politie, en natuurlijk ook die van de Bond en van de katholieke Vereniging van Pastoraal Werkenden passeerden daarbij de revue.
Zoals in de inleiding wordt vermeld zijn de gedragsregels bestemd voor allen die in of namens de kerk als predikant of kerkelijk werker werken. Daarbij is de formulering afgestemd op de gemeentepredikant en de kerkelijk werker met een pastorale opdracht. Voor degenen die anderszins werkzaam zijn zal in een aantal gevallen een ‘vertaalslag’ moeten worden toegepast, bij voorbeeld omdat niet de kerkenraad maar een andere instantie mee verantwoordelijk is.
Kernwaarden en rollen
In de inleiding worden een aantal kernwaarden genoemd, waaraan predikanten en kerkelijk werkers hun gedrag kunnen ijken. Deze kernwaarden hebben de commissie geholpen om de regels nader te formuleren, al zijn de kernwaarden en de regels niet één op één met elkaar te verbinden. Als ordeningsprincipe zijn verschillende rollen benoemd (collega, vertrouwenspersoon enz.). Deze rollen zijn niet van elkaar gescheiden, maar zijn uitsluitend bedoeld als ordeningsprincipe voor de regels.
Om aan te duiden dat de regels niet afstandelijk zijn om niet steeds ‘de predikant en de kerkelijk werker’ en ‘zijn of haar’ te hoeven schrijven worden de predikanten en kerkelijk werkers in de regels met je aangesproken
Je bent professional.
In dit deel zijn regels opgenomen over hoe je je als professional opstelt. Inhoudelijk leverden deze regels niet veel vragen op. Ze sluiten deels aan bij het deel Algemeen van de Gedragsregels van de Bond. Het deel is wel uitgebreider. Van de professional wordt verwacht dat deze zich op de hoogte stelt van de mogelijkheden die hulpverleners hebben (regel 3), de noodzaak van communicatie over je keuzen (regel 8), de ruimte die je gemeenteleden geeft (regel 10) en de zorg voor onafhankelijkheid (regel 12). Bovendien is een goed omgaan met de tijd opgenomen (regel 9).
Bijzondere aandacht vragen regel 6 en 7: je zoekt gericht hulp als je dreigt over te gaan of overgegaan bent tot handelingen die je geloofwaardigheid aantasten (6) en je meldt grensoverschrijdend handelen (7). Het lijkt misschien vreemd dat je jezelf zo aanklaagt. Maar het is minder vreemd dan het lijkt. In de medische wereld kennen we ook de plicht om fouten te melden. De regel geeft bovendien ruimte. Grensoverschrijdend handelen blijft je boven het hoofd hangen: het kan altijd uitkomen. Wat grensoverschrijdend is wordt niet nader gedefinieerd. In latere regels worden daarvoor wel indicaties gegeven.
Je bent vertrouwenspersoon
Dit deel sluit aan bij het tweede deel van de Gedragsregels van de Bond. Nadrukkelijk is opgenomen dat je in je pastoraat erop gericht bent de gesprekpartner te helpen vrij en gewetensvol te leven en te handelen (regel 2). Uitgebreid is gesproken over de geheimhoudingsplicht. Je spreekt alleen met anderen over wat in geheim is verteld als dat in het belang is van betrokkene en als deze ermee instemt. Hierbij wordt onderscheiden tussen derden die buiten staan en anderen met wie je de pastorale zorg deelt: expliciet moet in het eerste geval om instemming worden gevraagd, in het tweede geval moet duidelijk zijn dat betrokkene op de hoogte is en geen bezwaar maakt. Inhoudelijk maakt het niet uit, maar de verschillende formulering geeft aan dat een overleg met b.v. een ouderling vanzelfsprekender is dan een overleg met iemand buiten de kerkelijke kring (regel 5,6).
Het doorbreken van de geheimhouding zonder toestemming van betrokkenen is aan strenge regels gebonden. Deze regels zijn gelijk aan die bij andere beroepsgroepen met geheimhouding. In de Gedragsregels van de Bond staat dat altijd geprobeerd moet worden toestemming te verkrijgen, in deze gedragsregels is toegevoegd dat hiervan kan worden afgezien als je ervan overtuigd bent dat het vragen van toestemming schadelijk is.
In regel 10 en 11 worden nadere regels gegeven rond de vertrouwelijkheid van informatie.
Expliciet wordt ingegaan op de vraag wat te doen bij (vermoeden van) seksueel misbruik, mishandeling, met name ook als onvolwassenen in het geding zijn, en huiselijk geweld (regel 12). Hier strijden de plicht tot geheimhouding en de noodzaak het kwaad te stuiten. Aangegeven wordt dat in ieder geval bij onvolwassenen de noodzaak het kwaad te stuiten prevaleert.
Net als in de Gedragsregels van de Bond is opgenomen dat je op geen enkele manier seksuele toenaderingen of toespelingen onderneemt (regel 15).
Dat een pastoraal contact verbroken moet worden als grenzen dreigen te worden overschreden wordt in een bredere regel vervat dat je altijd moet bezien of je nog in staat bent op een juiste wijze pastorale zorg te geven (regel 16).
In de concept-Gedragsregels van de Bond was opgenomen dat je geen (liefdes)relatie mag aangaan met iemand voor wie je vertrouwenspersoon bent geweest, tot een jaar na afloop van de pastorale relatie. Hierover is uitgebreid gesproken. Besloten is de regel zo niet op te nemen. Wel is een regel opgenomen dat je bij het aangaan van een liefdesrelatie na een pastorale relatie de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht moet nemen. Wij sluiten hiermee aan bij de gedragsregels van het NIP. Je moet er zeker van zijn dat je partner (en je zelf) in volle vrijheid de relatie aangaat en dat de pastorale relatie geen rol van betekenis speelt (regel 18).
Je bent collega
De regels sluiten aan bij het derde deel van de Gedragsregels van de Bond. Expliciet is toegevoegd dat tuchtwaardig gedrag van een collega niet mag worden toegedekt, en dat je bij een ernstig vermoeden van tuchtwaardig gedrag de bevoegde instanties op de hoogte moet stellen (regel 6), ook als je daarmee de geheimhoudingsplicht moet doorbreken (regel 7). De regel dat je bij terugtreden je opvolger de ruimte moet geven is uitgebreid met de regel dat je ook je collega de ruimte geeft en niet ingaat op verzoeken van gemeenteleden die aan de zorg van een ander zijn toevertrouwd (regel 8).
Je werkt in het geheel van de kerk
Dit onderdeel was zo niet in de Gedragsregels van de Bond te vinden. Hierin komt de verhouding tot de kerkenraad en tot anderen die werk verrichten binnen de kerk (niet als professional).
In dit deel is opgenomen dat je spanningen bespreekbaar maakt en bij voortdurende spanning de hulp van visitatoren inroept (regel 9). Je bent er verantwoordelijk voor dat spanningen niet blijven doorzieken.
In dit deel is het enige artikel waarin onderscheid wordt gemaakt tussen predikanten en kerkelijk werkers: over prioriteiten wordt door beiden overlegd met de kerkenraad, maar predikant en kerkenraad stellen de prioriteiten in overleg vast, en de kerkenraad stelt de prioriteiten voor de kerkelijk werker vast na overleg met betrokkene.
Tobias Bos

